Nieuws
Resultaten Fleckviehproef Wageningen Universiteit
Vergelijking HF en HF*Fleckvieh:
Inleiding
Op 8 Nederlandse melkveebedrijven wordt een proef uitgevoerd om de economische gevolgen van kruising van Holstein koeien met Fleckvieh stieren te vergelijken met gebruik van zuiver Holsteins. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Wijbrand Ouweltjes van WUR Livestock Research in Lelystad in opdracht van Xsires en Genetic Austria. Op de deelnemende bedrijven is in de periode tussen augustus 2005 en augustus 2007 een deel van de Holstein koeien geïnsemineerd met sperma van Fleckvieh stieren en een deel met sperma van Holstein stieren. Beide groepen koeien hadden vergelijkbare lactatiewaardes. De uit de paringen geboren vrouwelijke dieren worden tot medio 2012 gevolgd wat betreft productie, gezondheid, vruchtbaarheid en afvoer. Momenteel heeft het merendeel van deze dieren minimaal éénmaal gekalfd en hebben veel dieren de 1e lijst afgesloten. Daarom wordt nu een tussenstand gepresenteerd, waarbij met name gekeken wordt naar vruchtbaarheid en productie.
Opfok tot en met 1e afkalving
De dieren zijn onder gelijke omstandigheden opgefokt, er was geen verschil in afvoer tijdens de opfokperiode tussen beide groepen. Enkele kengetallen van de dieren die inmiddels een 1e afkalving hebben staan in tabel 1.Â
Tabel 1 Kengetallen opfokperiode
|
 |
Kruisling (FLV) |
Holstein (HF) |
|
aantal gekalfd |
192 |
148 |
|
aantal inseminaties tijdens opfok |
1.7 |
1.6 |
|
leeftijd bij 1e inseminatie |
471 |
476 |
|
% non return 56 dagen |
73 |
70 |
|
leeftijd bij 1e afkalving |
782 |
777 |
|
% zware afkalvingen |
9.7 |
9.0 |
|
% normale afkalvingen |
59.5 |
60.7 |
|
% lichte afkalvingen |
30.8 |
30.3 |
|
% doodgeboorte |
12.1 |
16.6 |
De veehouders hebben wat betreft het inseminatiebeleid geen onderscheid gemaakt tussen kruislingen en zuivere holsteins. Uit de cijfers in tabel 1 blijkt dat de vruchtbaarheid van de groepen tijdens de opfok niet wezenlijk verschilde, en dat de dieren op vrijwel gelijke leeftijd voor het eerst hebben afgekalfd. Het afkalfverloop was niet wezenlijk verschillend, maar bij de kruislingen kwamen minder doodgeboortes voor dan bij de holsteins.Â
Melkproductie in 1e en 2e lactatie
Vervolgens zijn de gemiddelde melkproducties in de eerste en tweede lactatie berekend. Hierbij zijn alle lijsten meegenomen met afkalvingen tot 1/1/2010, een aantal lijsten daarvan is nog niet afgesloten. Voor vergelijkbaarheid van de cijfers zijn de gerealiseerde of voorspelde 305-dagen producties gebruikt. De gegevens staan in tabel 2.
Tabel 2 Overzicht gegevens melkproductie 1e en 2e lactatie
|
 |
 |
 |
 |
305-dagen productie |
|||||
|
lacnr |
ras |
aantal |
LW |
kg melk |
kg vet |
kg eiwit |
%vet |
%eiwit |
kg v+e |
|
1 |
FLVxHF |
138 |
100.5 |
7105 |
320 |
254 |
4.51 |
3.57 |
574 |
|
1 |
HF |
101 |
103.3 |
7401 |
322 |
259 |
4.35 |
3.50 |
581 |
|
2 |
FLVxHF |
53 |
102.8 |
8861 |
401 |
321 |
4.52 |
3.63 |
722 |
|
2 |
HF |
26 |
102.9 |
8639 |
393 |
311 |
4.55 |
3.59 |
703 |
De range in lactatiewaardes tijdens de 1e lactatie is voor de beide groepen vergelijkbaar, desondanks gaven enkele veehouders aan dat ze de indruk hadden dat er bij de kruislingen meer variatie was dan bij de holsteins. Enkele deelnemers gaven aan dat de kruislingen soms temperamentvol kunnen zijn. In de 1e lactatie hadden de kruislingen een iets (4%) lagere melkgift, maar dit wordt zoals blijkt uit tabel 2 deels goedgemaakt door hogere gehalten, waardoor de lactatiewaarde minder dan 3% lager uitkomt en de productie in kg vet en eiwit slechts 1.2% lager is. De cijfers van de 2e lactaties zijn nog heel voorlopig, maar vooralsnog lijkt het er op dat de kruislingen dan zeker niet onderdoen voor de zuivere holsteins. Opvallend is dat voor deze lijsten de gehalten nauwelijks verschillen voor de beide proefgroepen.Â
Overige kengetallen 1e lactatie
Tenslotte zijn ook een aantal andere kengetallen berekend voor de 1e lactaties. Deze staan in tabel 3.Â
Tabel 3 Overige kengetallen 1e lactaties
|
kengetal |
FLV x HF |
HF |
|
% opnieuw geïnsemineerd |
86 |
91 |
|
aantal inseminaties |
1.7 |
2.2 |
|
interval afkalven – 1e inseminatie |
71 |
85 |
|
interval 1e - laatste inseminatie |
26 |
48 |
|
% non return 56 dagen |
70 |
54 |
|
lactatielengte |
270 |
308 |
|
gem. gewogen celgetal |
103 |
119 |
De vruchtbaarheid van de kruislingen is beter in de 1e lactatie. Als gevolg daarvan zijn de lijsten waarschijnlijk ook korter, alhoewel momenteel nog een aantal lijsten lopend zijn. Het celgetal is gemiddeld lager voor de kruislingen, maar het verschil tussen de groepen is beperkt. Wel zijn kruislingen iets vaker niet opnieuw geïnsemineerd dan zuivere holsteins, maar dat betreft slecht enkele dieren.Â
Tot slot
De eerste winst bij kruising van holstein koeien met Fleckvieh is dat de stierkalfjes gemiddeld €25,- meer opbrengen. Wel is er een iets grotere kans op moeilijke geboorten. Als pink zijn er geen verschillen in vruchtbaarheid, maar eenmaal aan de melk zijn de kruislingen beter vruchtbaar. Het verschil in 305 dagen productie tijdens de 1e lactatie is beperkt, en wordt bovendien deels gecompenseerd door hogere gehalten. Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over verschillen tussen kruislingen en holsteins wat betreft gezondheid en afvoer, maar de verwachting is dat de kruislingen bij uitstoot meer zullen opbrengen.Â
