Nieuws

Freek Essink: Kruisen en Triple-A een golden cross.


In de aAa nieuwsbrief van april jl. stond een reportage van de nieuwe Xsires vertegenwoordiger en melkveehouder in de Achterhoek, Freek Essink uit Aalten:

Ruim vijf jaar geleden ben ik begonnen te kruisen met Scandinavisch roodbont. Ik was op zoek naar een ras dat in één keer veel problemen kon oplossen bij de HF veestapel. Problemen die volgens mij zijn ontstaan  door inteelt en het alsmaar groter worden van de HF, waarbij de koe haar natuurlijke verhoudingen is kwijtgeraakt. Ik was destijds eigenlijk nog maar pas bezig met aAa, maar ik wilde en moest sneller vooruit. Door het zogenaamd heterosiseffect dat je als bonus krijgt met kruisen, meende ik dat te kunnen bereiken. Om u een indruk te geven over het hoe en waarom van deze keuze moeten we een stukje terug gaan in de geschiedenis van mijn bedrijf. Tien jaar geleden zijn wij verhuisd naar ons huidig bedrijf in Aalten; daarvoor hadden we een bedrijf in Groenlo 12 km hier vandaan. In Groenlo molken we HF koeien met een vleugje MRY en FH bloed. De gemiddelde productie daar lag op ruim 9000 kg met 3,60 eiwit en eigenlijk konden deze koeien het op hun slofjes af met een eenvoudig rantsoen van onbeperkt kuilgras via een schuifhek en met beperkt maïs erbij. Koeien die ondersteuning nodig hadden in beenwerk werden dikwijls met Brown Swiss geïnsemineerd. Zo ontstond er een soort mix van rassen die elkaar prima aan konden vullen.


Mooie complete NRF x HF met lw 136+. V: Olberg

De ervaring van die tijd is uiteindelijk van grote betekenis geweest voor de huidige strategie. Toen we naar Aalten gingen hebben we ons quotum verdubbeld en de veestapel van de vorige eigenaar overgenomen. Dit was een top HF veestapel met stiermoeders en keuringskoeien. Vele kwamen rechtstreeks uit embryo-import of waren nakomelingen daarvan. De productie lag op ruim 11000 kg. Een veestapel waar menigeen van kon dromen werd samengevoegd met onze veestapel en kwamen in een nieuwe openfrontstal. Toen begonnen de problemen al. Het bleek voor de aangekochte koppel veel moeilijker om te wennen aan de nieuwe stal en de deceptie werd na de eerste melkcontrole compleet toen bleek dat onze Groenlose koeien gemiddeld een hogere LW hadden. Het rantsoen was destijds overgenomen van de vorige eigenaar zodat de koeien niet al te grote klappen hoefden te verwerken. Omdat niet alleen de productie achterbleef maar vooral de gezondheid -en uierproblemen toenamen liep de dierenarts de deur plat en ondanks alle maatregelen en zelfs een aparte groep voor celgetal koeien kwam er geen verbetering.

Op een gegeven moment moet je dan de bedrijfsvoering over een andere boeg gaan gooien omdat je anders niet uit de neerwaartse spiraal komt. Het gaat ook om het financiële resultaat en nog belangrijker om je eigen gemoedstoestand. Als je 's morgens met angst i.p.v. plezier naar de stal loopt is het goed mis.

Met ervaringen uit het verleden en de eerste resultaten van de Califorië-proef in mijn hoofd, ben ik het radicaal anders gaan doen. Op koeien die vooral ondersteuning verdienden m.b.t. gezondheid kwam een Scandinavische Roodbont stier en koeien die in het skelet ondersteuning nodig hadden kwam een Brown Swiss stier. Je moet je wel enigszins verdiepen in de rassen om de betere stieren te kunnen uitzoeken. En om een goede lijn uit te zetten is Triple-A mijns inziens onmisbaar. De hamvraag is voor velen wat te doen bij de volgende generatie. Ik heb bewust gekozen voor een driewegkruising waar nu i.p.v. Brown Swiss veelal Montbeliarde en Fleckvieh stieren worden gebruikt omdat dit wat beter combineert met de Scandinavisch roodbonten. De oudste kruislingen zijn vierdekalfs koeien, tot op heden is er nog geen één uitgevallen en is er ook geen enkele ooit behandeld tegen mastitis. Dit is de grootste winst. De productie zit weer op ruim 9000 kg zodat niet het onderste uit de kan wordt gevraagd van de dieren waarbij de kruislingen gemiddeld een iets hogere LW hebben dan de zuivere Holsteins. De dierenarts komt nu alleen nog voor echte calamiteiten en voor het onthoornen. Hormoonbehandelingen doe ik ook niet meer en drachtcontrole vind nu vier keer peer jaar plaats omdat ik een bevestiging wil van de dracht.

Kruisen is niet zomaar voor een ieder weggelegd, je zult je erg moeten verdiepen in de verschillende rassen en je moet een plan trekken waarbij je constant de vraag moet stellen wat voor een koe wil ik en hoe ga ik verder met de volgende generatie. Triple-A is daar een goed hulpmiddel bij en gelukkig worden veel andere rassen ook geanalyseerd. Ook zijn er importeurs als bijvoorbeeld Xsires die een degelijk advies kunnen geven. Mensen met serieuze belangstelling zijn hier altijd van harte welkom om te zien wat kruisen en aAa doen.